Het beperken van voordelen van alle aard: een nieuwe fiscale koers van de federale overheid
28 april 2026
In een economische context waarin gezocht wordt naar een beter evenwicht tussen loonkosten en koopkracht, wil de federale regering de manier waarop verloningen worden samengesteld grondig herzien. Een van de belangrijkste aandachtspunten in deze hervorming betreft de voordelen van alle aard (VAA), die vaak worden gebruikt als alternatief of aanvulling op het brutoloon. Een kernmaatregel die momenteel op tafel ligt, is de invoering van een limiet van 20% voor voordelen van alle aard ten opzichte van de totale belastbare bezoldiging. Achter deze maatregel schuilt een duidelijke wil om de bestaande verloningspraktijken te heroriënteren. Maar wat betekent deze hervorming concreet voor werkgevers, werknemers en bedrijfsleiders?
Waarom voordelen van alle aard beperken?
De voorbije jaren hebben voordelen van alle aard een steeds belangrijkere plaats ingenomen binnen de loonpakketten in België. Bedrijfswagens, gratis of voordelige huisvesting en leningen aan gunstige tarieven zijn vaak gebruikte instrumenten om de fiscale druk te optimaliseren, zowel voor werkgevers als voor werknemers.
Deze evolutie heeft er echter toe geleid dat een aanzienlijk deel van de verloning verschoven is van brutoloon naar alternatieve vormen van vergoeding. De federale regering wil deze trend vandaag keren. De doelstellingen zijn duidelijk:
- Meer transparantie in de verloning
- Een groter aandeel brutoloon, dat de basis vormt voor sociale rechten zoals pensioen en werkloosheidsuitkeringen
Door het overmatig gebruik van voordelen van alle aard te beperken, wil de overheid dus aanzetten tot een meer klassieke en sociaal robuuste verloningsstructuur.
De 20%-regel: algemeen principe
De hervorming voorziet in de invoering van een ogenschijnlijk eenvoudige regel: de forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard mogen niet meer bedragen dan 20% van de jaarlijkse belastbare brutobezoldiging.
Wanneer deze grens wordt overschreden, zijn er belangrijke fiscale gevolgen.
De maatregel richt zich voornamelijk op voordelen die forfaitair worden gewaardeerd, met andere woorden voordelen waarvan de waarde wordt bepaald volgens fiscale regels en niet op basis van de werkelijke kost. Het gaat onder meer om:
- bedrijfswagens
- gratis of goedkoop ter beschikking gestelde woningen
- leningen aan een verlaagd tarief
Niet alle voordelen vallen echter onder deze regeling.
Welke voordelen worden uitgesloten van de berekening?
Bepaalde voordelen blijven buiten het toepassingsgebied van deze beperking. Het gaat met name om de vrijgestelde sociale voordelen zoals bedoeld in artikel 38 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
Voorbeelden hiervan zijn:
- maaltijdcheques
- ecocheques
- sport- en cultuurcheques
Deze voordelen behouden dus hun aantrekkelijkheid en worden niet beïnvloed door de voorgestelde hervorming.
Een globale en geen individuele beoordeling
Een belangrijk element van de maatregel is de wijze waarop de 20%-grens wordt berekend. Deze wordt niet per individuele werknemer beoordeeld.
De berekening gebeurt:
- op het niveau van alle werknemers samen, enerzijds
- afzonderlijk voor bedrijfsleiders, anderzijds
Met andere woorden: de fiscus zal het aandeel van de forfaitaire voordelen analyseren ten opzichte van de totale bezoldigingen binnen een categorie, en niet per persoon.
Voor bedrijfsleiders geldt bovendien een specifieke berekeningsmethode: de forfaitaire voordelen worden eerst afgetrokken van hun totale belastbare bezoldiging voordat de verhouding wordt bepaald.
Deze globale aanpak vereist dat ondernemingen hun verloningsbeleid op een meer strategische manier gaan beheren.
Welke sancties bij overschrijding?
Het overschrijden van de 20%-grens blijft niet zonder gevolgen. De regering voorziet in de invoering van een afzonderlijke belasting van 7,5%.
Voor werkgevers onderworpen aan de personenbelasting
Werkgevers zoals zelfstandigen en vrije beroepen zullen een afzonderlijke heffing van 7,5% moeten betalen op het excessieve deel van de voordelen die aan werknemers worden toegekend.
Belangrijk om te weten is dat deze belasting niet fiscaal aftrekbaar is.
Voor vennootschappen
Voor ondernemingen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting geldt eveneens een afzonderlijke belasting van 7,5% op de overdreven toegekende voordelen.
Impact voor bedrijfsleiders
Wanneer bedrijfsleiders te veel voordelen van alle aard ontvangen, kan de sanctie nog zwaarder zijn: het verlies van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting.
Dit kan een aanzienlijke financiële impact hebben, vooral voor kmo’s die momenteel van dit gunstregime genieten.
Situatie voor verenigingen
Ook verenigingen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting vallen onder deze regeling. Zij zullen eveneens een belasting van 7,5% moeten betalen bij overschrijding van de grens, zowel voor werknemers als voor bedrijfsleiders.
Concrete impact voor ondernemingen
Indien deze hervorming wordt goedgekeurd, zal zij een aanzienlijke impact hebben op het verloningsbeleid van ondernemingen.
Werkgevers zullen onder meer:
- hun huidige loonstructuren moeten analyseren
- het aandeel van forfaitaire voordelen in kaart moeten brengen
- hun verloningspakketten moeten aanpassen
Sommige ondernemingen zullen ervoor kiezen om minder voordelen toe te kennen en het brutoloon te verhogen. Andere zullen alternatieven zoeken via vrijgestelde sociale voordelen.
In elk geval zal een strategische herziening noodzakelijk zijn om aantrekkelijk te blijven als werkgever én tegelijkertijd te voldoen aan de nieuwe fiscale regels.
Een maatregel in ontwerpfase
Het is belangrijk te benadrukken dat deze hervorming momenteel nog gebaseerd is op een wetsontwerp. De inhoud ervan kan dus nog wijzigen tijdens het wetgevingsproces.
Toch is het aangewezen dat ondernemingen zich nu al voorbereiden op mogelijke veranderingen, zodat zij tijdig kunnen anticiperen.
Conclusie
De beperking van voordelen van alle aard tot 20% van de belastbare bezoldiging vormt een belangrijke verschuiving in het Belgische fiscale landschap. Door opnieuw meer gewicht te geven aan het brutoloon, wil de regering bijdragen aan een transparanter en duurzamer verloningssysteem.
Voor werkgevers betekent dit een noodzaak tot aanpassing en vooruitdenken. Voor werknemers en bedrijfsleiders kan dit leiden tot een gewijzigde samenstelling van hun loonpakket.
👉 Wilt u de impact van deze maatregel op uw organisatie evalueren of uw verloningsbeleid optimaliseren?
Neem gerust contact met ons op voor persoonlijk advies.
Bronnen
- Wetsontwerp van 17 december 2025 houdende hervorming van de personenbelasting (DOC 56 1243/001), artikelen 76 tot 88
- Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikel 38
Recente artikelen
Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.
Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?