Preventie van absenteïsme: het wetsontwerp “Terug naar Werk” hertekent de verplichtingen van werkgevers vanaf 2026
5 januari 2026
Ziekteverzuim vormt al meerdere jaren een belangrijke uitdaging voor Belgische ondernemingen. De toename van langdurige arbeidsongeschiktheid, de moeilijkheden rond re-integratie en de toenemende druk op de sociale zekerheid hebben de federale regering ertoe aangezet het bestaande wettelijk kader te versterken. Eind januari 2025 werden al verschillende maatregelen aangekondigd. Deze zijn intussen opgenomen in een specifiek wetsontwerp “Terug naar Werk”, dat officieel werd ingediend bij de Kamer. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2026. Dit wetsontwerp betekent een belangrijke kentering voor werkgevers, die voortaan een actievere rol krijgen in de preventie van absenteïsme en de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste maatregelen.
Een actieve afwezigheidspolitiek wordt verplicht
Het wetsontwerp bevestigt een duidelijke koers: de werkgever wordt een centrale actor in het beheer van afwezigheden.
Concreet zal elke onderneming een actieve afwezigheidspolitiek moeten voeren, gericht op het behouden van het contact met arbeidsongeschikte werknemers en het bevorderen van een duurzame werkhervatting.
Deze politiek moet worden vastgelegd in het arbeidsreglement, dat verplicht een procedure voor het behouden van contact met werknemers in arbeidsongeschiktheid moet bevatten.
Deze procedure moet worden uitgewerkt in overeenstemming met de Codex over het welzijn op het werk, met respect voor het evenwicht tussen opvolging en privacy.
Medisch attest: beperking van de vrijstelling
Momenteel kunnen sommige werknemers vrijgesteld zijn van het indienen van een medisch attest voor de eerste dag van arbeidsongeschiktheid.
Het wetsontwerp voorziet in een beperking van deze vrijstelling, die wordt teruggebracht van drie naar twee keer per jaar.
Voor kleine ondernemingen blijft er echter flexibiliteit:
ondernemingen met minder dan 50 werknemers kunnen nog steeds via hun arbeidsreglement een afwijking voorzien die een ruimere vrijstelling mogelijk maakt.
Medische overmacht: versnelde procedure
Een andere belangrijke wijziging betreft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht.
Tot nu toe was een ononderbroken periode van 9 maanden arbeidsongeschiktheid vereist. Dit wordt teruggebracht tot 6 maanden, waardoor de procedure sneller kan worden opgestart bij langdurige ziekte.
Deze maatregel beoogt meer rechtszekerheid te bieden, zowel voor de werkgever als voor de betrokken werknemer.
Herval en gewaarborgd loon: verlenging tot 8 weken
Ook de regeling rond het gewaarborgd loon wordt aangepast.
De hervaltermijn, die momenteel 14 kalenderdagen bedraagt, wordt verlengd tot 8 weken.
Concreet betekent dit dat wanneer een werknemer opnieuw arbeidsongeschikt wordt wegens dezelfde ziekte binnen de 8 weken na het einde van een periode van arbeidsongeschiktheid waarvoor gewaarborgd loon werd betaald, de werkgever geen nieuw gewaarborgd loon verschuldigd is.
Deze maatregel geldt voor arbeidsongeschiktheden die aanvangen vanaf 1 januari 2026.
Progressieve werkhervatting: ruimere neutralisatie
Het wetsontwerp schaft bovendien de beperking van 20 weken af die gold voor de neutralisatie van het gewaarborgd loon bij progressieve werkhervatting.
Het doel is duidelijk: werkgevers niet ontmoedigen om in te zetten op re-integratietrajecten.
Wanneer een werknemer tijdens een gedeeltelijke werkhervatting tijdelijk opnieuw volledig arbeidsongeschikt wordt, zal het ziekenfonds rechtstreeks tussenkomen, zonder negatieve financiële gevolgen voor de werkgever.
Deze maatregel geldt voor nieuwe arbeidsongeschiktheden die starten vanaf 1 januari 2026.
Nieuwe solidariteitsbijdrage ten laste van werkgevers
Ten slotte voert het wetsontwerp een nieuwe solidariteitsbijdrage in, die de bestaande responsabiliseringsbijdrage vervangt.
Deze bijdrage:
-
wordt per kwartaal berekend door de RSZ,
-
wordt geïnd via een debetbericht, samen met de bijdragen van het derde kwartaal volgend op het kwartaal waarin de primaire arbeidsongeschiktheid is gestart,
-
heeft als doel werkgevers aan te zetten tot een actieve re-integratiepolitiek voor langdurig zieke werknemers.
De bijdrage geldt uitsluitend voor werknemers tussen 18 en 54 jaar en is niet van toepassing op kmo’s met minder dan 50 werknemers.
Bepaalde categorieën, zoals uitzendkrachten, flexi-jobbers en occasionele werknemers, zijn uitgesloten.
Het bedrag van de bijdrage stemt overeen met 30 % van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor de twee maanden die volgen op de maand waarin het gewaarborgd loon werd betaald.
Een wetsontwerp dat nog kan evolueren
Er zijn nog amendementen mogelijk vóór de definitieve goedkeuring van het wetsontwerp. Werkgevers doen er dus goed aan deze veranderingen tijdig voor te bereiden en de verdere wetgevende ontwikkelingen op te volgen.
👉 Heb je vragen over de impact van dit wetsontwerp op jouw onderneming?
👉 Hulp nodig bij het aanpassen van je arbeidsreglement of afwezigheidsbeleid?
Contacteer ons, wij begeleiden je stap voor stap.
Bron
Wetsontwerp tot uitvoering van een versterkte procedure voor terugkeer naar werk bij arbeidsongeschiktheid – DOC 56 1177/001
Recente artikelen
Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.
Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?