Aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid: wat verandert er vanaf 1 januari 2026

9 januari 2026

Tijdelijke werkloosheid speelt al jaren een belangrijke rol binnen het Belgische arbeidsrecht. Om werknemers beter te beschermen, werd sinds 1 januari 2024 een aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever ingevoerd voor de meeste vormen van tijdelijke werkloosheid. Vanaf 1 januari 2026 wordt het plafond van het bruto maandloon dat bepalend is voor het recht op deze aanvullende vergoeding aangepast. Dit vraagt extra aandacht van werkgevers.

Wat is de aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid?

De aanvullende vergoeding is een bedrag dat de werkgever bovenop de werkloosheidsuitkering moet betalen. Ze geldt voor bijna alle vormen van tijdelijke werkloosheid, met uitzondering van overmacht en medische overmacht.

Deze vergoeding komt bovenop bestaande sectorale aanvullingen en versterkt zo de inkomensbescherming van werknemers.

Toepassingsgebied

De aanvullende vergoeding is verschuldigd bij tijdelijke werkloosheid wegens onder meer:

  • economische redenen ;

  • slecht weer ;

  • technisch defect ;

  • collectieve sluiting voor jaarlijkse vakantie ;

  • collectieve sluiting op basis van een algemeen verbindend verklaarde cao ;

  • collectieve sluiting voor inhaalrust ;

  • staking of lock-out ;

  • ontslag van een beschermde werknemer ;

  • schorsing van bedienden wegens werkgebrek.

Indien een sectorfonds de betaling op zich neemt op basis van een algemeen verbindend verklaarde cao, is de werkgever vrijgesteld.

Bedrag van de aanvullende vergoeding

Het bedrag bedraagt momenteel 5,20 EUR per dag tijdelijke werkloosheid die door een uitkering wordt gedekt (geïndexeerd sinds 1 februari 2025).

Deze vergoeding komt bovenop eventuele sectorale aanvullingen.

Nieuw loonplafond vanaf 1 januari 2026

Het recht op de aanvullende vergoeding hangt af van het bruto maandloon van de werknemer.
Vanaf 1 januari 2026 stijgt het loonplafond van 4.155 EUR naar 4.284 EUR.

Bruto maandloon ≤ 4.284 EUR

Werknemers met een bruto maandloon tot en met 4.284 EUR hebben recht op de aanvullende vergoeding vanaf de eerste dag tijdelijke werkloosheid.

Bruto maandloon > 4.284 EUR

Voor werknemers met een hoger loon is de aanvullende vergoeding pas verschuldigd vanaf de 27e dag tijdelijke werkloosheid in hetzelfde kalenderjaar en bij dezelfde werkgever.

De eerste 26 dagen geven dus geen recht op de aanvullende vergoeding.

Dagen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of medische overmacht tellen niet mee.

Uitsluitingen

De aanvullende vergoeding is niet verschuldigd wanneer:

  • een cao voorziet in een loonpercentage tijdens tijdelijke werkloosheid ;

  • dit percentage minstens gelijk is aan de wettelijke aanvullende vergoeding.

Ook een gelijkwaardige garantie via het arbeidsreglement of een individuele arbeidsovereenkomst kan een vrijstelling opleveren.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Werkgevers doen er goed aan om tijdig:

  • het nieuwe loonplafond toe te passen ;

  • de loonadministratie aan te passen ;

  • sectorale en interne regelingen te controleren ;

  • de budgettaire impact te evalueren.

Besluit

De verhoging van het loonplafond vanaf 1 januari 2026 versterkt de bescherming van werknemers, maar vraagt ook een nauwgezette opvolging door werkgevers.

👉 Heeft u vragen of wenst u begeleiding? Neem gerust contact met ons op, wij helpen u graag verder.

Aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid: wat verandert er vanaf 1 januari 2026

Recente artikelen

Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.

Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?