Programmawet aangenomen: wat verandert er voor indexering, RSZ-verminderingen en werkgevers?

24 juni 2026

De programmawet van 28 mei 2026 werd definitief aangenomen in de plenaire vergadering van de Kamer. Daarmee worden verschillende aangekondigde maatregelen effectief omgezet in wetgeving, met concrete gevolgen voor werkgevers, werknemers en bepaalde begunstigden van inkomsten uit auteursrechten. Tot de belangrijkste nieuwigheden behoren de tijdelijke invoering van de indexering in centen, de aanpassing van verschillende RSZ-verminderingen, de versterking van de sociale werkbonus en de geleidelijke modernisering van de RSZ-aangifte via het toekomstige LTDS-systeem. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten.

Indexering in centen: tijdelijke beperking voor de hoogste lonen

De meest opvallende maatregel is wellicht de invoering van de zogenaamde « indexering in centen ». Het gaat om een tijdelijk mechanisme van loonmatiging dat gericht is op de hoogste lonen.

Concreet geldt de maatregel alleen voor werknemers met een bruto maandloon van meer dan 4.000 EUR. Voor deze werknemers wordt de indexering beperkt tot 2 % per toepassingsperiode. Werknemers met een brutoloon onder deze grens behouden daarentegen hun volledige indexering volgens de toepasselijke regels.

Het systeem wordt toegepast in twee cycli: een eerste cyclus vanaf 1 juni 2026 en een tweede vanaf 1 januari 2028. De bedoeling is om de impact van de indexering op de hoogste loonkosten tijdelijk te beperken, terwijl de bescherming voor lagere lonen volledig behouden blijft.

Voor werkgevers betekent dit echter niet zomaar een automatische daling van de loonkost. Er wordt ook een bijzondere bijdrage voor loonmatiging ingevoerd. Die bijdrage moet ervoor zorgen dat een deel van de financiële impact van de geplafonneerde indexering wordt doorgestort aan de RSZ. Werkgevers zullen hiermee rekening moeten houden in hun loonbeheer en budgettaire planning. 💼

Auteursrechten: beperking van de forfaitaire kostenaftrek

De programmawet wijzigt ook de regeling voor bepaalde inkomsten uit auteursrechten.

Vanaf 1 januari 2026 kan de forfaitaire kostenaftrek alleen nog worden toegepast op inkomsten die verband houden met activiteiten waarvoor de begunstigde beschikt over een kunstwerkattest, hetzij een klassiek attest, hetzij een « plus »-attest.

Kunstenaars die enkel over een « starter »-attest beschikken, kunnen dus niet langer genieten van deze forfaitaire aftrek. Zij behouden wel de mogelijkheid om hun werkelijke beroepskosten af te trekken, op voorwaarde dat zij die kunnen verantwoorden.

Deze maatregel is van toepassing op inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2026. De nieuwe regels rond de roerende voorheffing zullen echter pas gelden vanaf de tiende dag na de publicatie van de programmawet in het Belgisch Staatsblad.

Voor de betrokken personen wordt het dus belangrijk om na te gaan over welk type attest zij beschikken en welke fiscale gevolgen daaraan verbonden kunnen zijn.

RSZ-verminderingen: uitbreiding voor eerste aanwervingen, maar afschaffing van bepaalde voordelen

De hervorming van de RSZ-verminderingen vormt een ander belangrijk onderdeel van de programmawet.

De doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen wordt vanaf 1 juli 2026 opnieuw uitgebreid tot 5 werknemers. Deze maatregel moet werkgevers ondersteunen die hun eerste medewerkers aanwerven en zo de jobcreatie stimuleren.

Tegelijk wordt het voordeel voor de eerste werknemer geplafonneerd op 2.000 EUR per kwartaal. Dat plafond zorgt voor een duidelijkere afbakening van de steun, terwijl het voordeel voor betrokken werkgevers toch aanzienlijk blijft.

Daarnaast verdwijnen bepaalde doelgroepverminderingen. Dat geldt onder meer voor de verminderingen in het kader van collectieve arbeidsduurvermindering en de vierdagenweek. Werkgevers die dergelijke systemen al vóór 1 juli 2026 hebben ingevoerd, kunnen ze wel blijven toepassen tot het einde van de voorziene duur.

Deze hervorming vraagt dus dubbele aandacht van werkgevers: enerzijds moeten zij nagaan welke nieuwe kansen de regeling voor eerste aanwervingen biedt, anderzijds moeten zij controleren of bestaande voordelen verdwijnen of wijzigen.

Hulp nodig ?

Strengere sancties bij RSZ-inbreuken

De programmawet voorziet ook in strengere sancties op het vlak van RSZ-regelgeving.

Werkgevers die opzettelijk bepaalde inbreuken plegen, kunnen hun recht op bijdrageverminderingen verliezen. Deze maatregel onderstreept het belang van een correcte en zorgvuldige naleving van sociale verplichtingen.

In de praktijk doen werkgevers er goed aan hun aangiften, interne procedures en eventuele opdrachten aan externe dienstverleners regelmatig te controleren. Een opzettelijke fout of ernstige inbreuk kan immers belangrijke financiële gevolgen hebben, bovenop de gebruikelijke sancties.

Sociale werkbonus: versterking vanaf 2028

Ook de sociale werkbonus wordt vanaf 1 januari 2028 versterkt.

Dit mechanisme heeft tot doel het nettoloon van werknemers met een laag loon te verhogen via een vermindering van de persoonlijke RSZ-bijdragen. Door de aangekondigde hervorming worden de toepasselijke loonplafonds verhoogd. Daardoor zullen meer werknemers in aanmerking komen voor de maatregel.

In bepaalde gevallen kan het voordeel ook toenemen. De doelstelling is duidelijk: de koopkracht van werknemers met lagere inkomens ondersteunen, zonder noodzakelijk het brutoloon of de loonkost voor de werkgever te verhogen.

Voor payrollteams en werkgevers zal deze wijziging vanaf 2028 in de loonberekeningen moeten worden geïntegreerd.

LTDS: naar een modernisering van de RSZ-aangifte

Tot slot voorziet de programmawet in een belangrijke modernisering van de gegevensoverdracht naar de RSZ.

Vanaf 1 januari 2028 wordt het nieuwe LTDS-systeem, of « Loondata Transfer », ingevoerd in het kader van e-Gov 3.0. Via dit systeem zal de werkgever, of zijn mandataris, minstens één keer per maand gegevens over lonen en arbeidstijden aan de RSZ moeten meedelen.

Op termijn zal LTDS de huidige DmfA vervangen. Deze evolutie betekent een belangrijke stap naar een regelmatiger, gestructureerder en waarschijnlijk actueler sociaal aangiftesysteem.

Hoewel de inwerkingtreding pas voor 2028 is voorzien, doen werkgevers en sociale secretariaten er goed aan deze overgang tijdig voor te bereiden. Interne processen, payrolltools en gegevensstromen zullen geleidelijk moeten worden aangepast. ⚙️

Conclusie: een programmawet om nauw op te volgen

De programmawet van 28 mei 2026 voert verschillende belangrijke wijzigingen in voor werkgevers. De indexering in centen, de hervorming van de RSZ-verminderingen, de versterking van de sociale werkbonus en de toekomstige invoering van LTDS zullen allemaal een impact hebben op het loonbeheer en de sociale administratie.

Sommige maatregelen treden snel in werking, terwijl andere pas in 2028 effect zullen hebben. Het is daarom belangrijk om nu al te bepalen welke wijzigingen relevant zijn voor uw organisatie.

Heeft u vragen over de impact van deze nieuwigheden op uw onderneming of uw werknemers?  Wij helpen u graag om duidelijkheid te krijgen en de komende veranderingen goed voor te bereiden.

Neem gerust contact met ons op

Bronnen

Programmawet van 28 mei 2026, DOC 56 1378/042.

Programmawet aangenomen: wat verandert er voor indexering, RSZ-verminderingen en werkgevers?

Recente artikelen

Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.

Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?