Vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: een correctiefactor vanaf 2027
29 juli 2026
De gedeeltelijke vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing spelen een belangrijke rol in het Belgische fiscale landschap. Ze laten bepaalde werkgevers toe om bedrijfsvoorheffing in te houden op de lonen van hun werknemers, zonder het volledige bedrag aan de Schatkist te moeten doorstorten. In de praktijk ondersteunen deze regelingen onder meer overuren, ploegen- en nachtarbeid, onderzoek en ontwikkeling en bepaalde specifieke sectoren. Tegelijk hebben deze maatregelen een budgettaire kost. Volgens de budgettaire vooruitzichten zouden de fiscale uitgaven die verband houden met deze vrijstellingen tussen 2025 en 2030 verder toenemen. Om die evolutie beter onder controle te houden, heeft de wetgever een algemeen mechanisme ingevoerd: een correctiefactor die vanaf 2027 van toepassing wordt.
Waarom komt er een correctiefactor?
Het principe van de vrijstellingen verdwijnt niet. Werkgevers die voldoen aan de voorwaarden van een bepaalde vrijstellingsregeling kunnen er nog steeds gebruik van maken. Wat verandert, is het uiteindelijke bedrag dat zij effectief mogen behouden.
Tot nu toe berekende de werkgever de vrijstelling volgens de regels van de betrokken regeling. Vanaf 2027 moet dat bedrag verminderd worden door toepassing van een correctiepercentage. Het doel is duidelijk: de stijging van de globale kost van deze maatregelen voor de Staat beperken, zonder de bestaande systemen volledig af te schaffen.
Deze aanpak biedt ondernemingen ook een zekere voorspelbaarheid. In plaats van elke regeling grondig te herwerken, past de wetgever een gemeenschappelijke correctie toe op het bedrag van de vrijstelling. De basisregels blijven dus bestaan, maar het netto voordeel wordt kleiner.
Welke percentages zijn voorzien?
De correctiefactor verschilt naargelang het jaar waarin de bezoldigingen worden betaald of toegekend.
Voor bezoldigingen in 2027 bedraagt de factor 97,00 %. Voor 2028 daalt hij naar 93,35 %. Vanaf 2029 is momenteel een factor van 95,90 % voorzien.
Concreet betekent dit dat de werkgever niet langer 100 % van het volgens de klassieke regels berekende vrijstellingsbedrag kan behouden. Hij moet de factor toepassen die overeenstemt met het betrokken jaar en het verschil aan de Staat doorstorten.
Een eenvoudig voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel dat een werkgever volgens de gewone regels recht heeft op een vrijstelling van 10.000 EUR voor bezoldigingen die in 2027 worden betaald. Dan wordt de factor van 97 % toegepast. Het effectief behouden bedrag bedraagt dus 9.700 EUR. De resterende 300 EUR moet aan de Schatkist worden doorgestort.
In 2028 zal de impact groter zijn: een theoretische vrijstelling van 10.000 EUR leidt dan tot een effectieve vrijstelling van 9.335 EUR. Vanaf 2029 zou, op basis van de momenteel voorziene factor, 9.590 EUR behouden kunnen worden.
Welke regelingen vallen hieronder?
Het mechanisme heeft betrekking op de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing die in het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn opgenomen. Het kan onder meer gaan om vrijstellingen voor overuren, ploegen- en nachtarbeid, onderzoek en ontwikkeling of andere sectorale regelingen.
Belangrijk is dat de correctiefactor de specifieke voorwaarden van elke regeling niet vervangt. De werkgever moet nog altijd per regeling nagaan of hij aan de vereiste criteria voldoet: betrokken werknemerscategorieën, aard van de prestaties, berekening van de in aanmerking komende bezoldigingen, beschikbare documentatie, toepasselijke beperkingen, enzovoort.
De factor komt dus pas op het einde van de berekening. Met andere woorden: hij bepaalt niet of een onderneming recht heeft op een vrijstelling. Hij vermindert het bedrag van de vrijstelling nadat die eerst volgens de gewone regels werd berekend.
Kunnen de percentages nog wijzigen?
De aangekondigde percentages liggen niet noodzakelijk definitief vast voor alle jaren. De tekst voorziet dat een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de factoren nog kan aanpassen, uiterlijk op 31 december 2028. Dat kan gebeuren op basis van de evolutie van de bedragen die niet aan de Schatkist worden doorgestort in vergelijking met kalenderjaar 2026.
Die mogelijkheid tot aanpassing verdient de aandacht van werkgevers. Ondernemingen doen er dus goed aan om niet alleen de bekende percentages in hun financiële prognoses op te nemen, maar ook de toekomstige officiële publicaties op te volgen, vooral voor bezoldigingen die in 2028 en 2029 worden betaald of toegekend.
Een ander koninklijk besluit zal bovendien moeten verduidelijken hoe werkgevers moeten aantonen dat zij de correctiefactor correct hebben toegepast in hun vrijstellingsaanvragen. Dat wordt in de praktijk belangrijk, want de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing zijn vandaag al verbonden aan aanzienlijke documentatieverplichtingen.
Wat betekent dit voor werkgevers?
De eerste impact is financieel. Werkgevers die regelmatig gebruikmaken van vrijstellingen moeten rekening houden met een lager verwacht voordeel in hun budgetten. Voor sommige ondernemingen, zeker wanneer zij belangrijke regelingen toepassen voor ploegenarbeid of R&D, kan het verschil aanzienlijk worden.
De tweede impact is administratief. Payrollteams, sociale secretariaten, HR-verantwoordelijken en fiscale adviseurs zullen hun berekenings- en aangifteprocessen moeten aanpassen. Het juiste percentage moet op de juiste periode worden toegepast, de bedragen moeten correct worden verwerkt en de nodige bewijsstukken moeten beschikbaar zijn bij een eventuele controle.
De derde impact heeft te maken met planning. Ondernemingen die deze vrijstellingen meenemen in hun loonbeleid of investeringsstrategie zullen hun vooruitzichten moeten herbekijken. Een kleiner fiscaal voordeel kan de werkelijke kost van een project, uurrooster of operationele organisatie beïnvloeden.
Hoe kan u zich voorbereiden?
De eerste stap bestaat erin na te gaan welke vrijstellingsregelingen de onderneming vandaag toepast. Daarna is het nuttig om de betrokken bedragen op jaarbasis in kaart te brengen en het effect van de correctiefactoren voor 2027, 2028 en 2029 te simuleren.
Daarnaast is het aangewezen om de interne processen te herbekijken: wie berekent de vrijstelling, wie valideert ze, waar worden de bewijsstukken bewaard en hoe worden eventuele correcties gedocumenteerd?
Tot slot moeten werkgevers de verwachte koninklijke besluiten blijven opvolgen. Die zullen de praktische modaliteiten verduidelijken en kunnen invloed hebben op de manier waarop de aangiften moeten worden opgesteld.
Conclusie
De invoering van de correctiefactor schaft de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing niet af, maar vermindert wel het effectieve voordeel vanaf 2027. Voor werkgevers is de uitdaging dubbel: de budgettaire impact tijdig inschatten en de praktische toepassing van het nieuwe mechanisme goed onderbouwen.
Een voorbereiding vooraf helpt om verrassingen te vermijden, budgetten aan te passen en een sterke documentatie bij te houden.
Heeft u vragen over de impact van deze correctiefactor op uw onderneming of over de toepassing van een specifieke vrijstellingsregeling?
Bronnen :
Geraadpleegde bronnen: FOD Financiën, algemene pagina over vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ; Kamer van volksvertegenwoordigers, parlementair document DOC 56 1378/037
Recente artikelen
Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.
Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?