Gelegenheidsarbeid in de land- en tuinbouw: wat u in 2026 moet onthouden
25 mei 2026
Gelegenheidsarbeid in de land- en tuinbouw valt onder een specifiek sociaal stelsel, dat goed bekend is bij werkgevers die te maken hebben met seizoensgebonden personeelsnoden. Dit statuut maakt het mogelijk om bepaalde werknemers onder bijzondere voorwaarden tewerk te stellen, onder meer wat betreft het aantal toegelaten werkdagen en de berekening van de RSZ-bijdragen.
De voorbije jaren zijn de regels echter meermaals gewijzigd. Een koninklijk besluit van 17 december 2023 had vanaf 1 januari 2024 een aantal aanpassingen ingevoerd. Dat besluit werd later vernietigd door de Raad van State, omdat het een verschil in behandeling veroorzaakte tussen werknemers die rechtstreeks in deze sectoren werken en uitzendkrachten die ter beschikking worden gesteld aan ondernemingen die onder de paritaire comités 144 en 145 vallen.
Een nieuw koninklijk besluit van 14 april 2026 heeft die situatie rechtgezet, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024. Het herstelt de gelijke behandeling voor uitzendkrachten en verduidelijkt tegelijk een nieuwe indexeringsmethode voor de dagforfaits die als basis dienen voor de berekening van de RSZ-bijdragen. Dit zijn de belangrijkste punten.
Een statuut met een strikt contingent
Om als gelegenheidswerknemer in de zin van de RSZ te worden beschouwd, moet de werknemer een maximaal aantal prestatiedagen per kalenderjaar respecteren. Dat maximum wordt een contingent genoemd.
In de tuinbouwsector (PC 145) blijft in principe een maximum van 100 dagen per kalenderjaar gelden bij een of meerdere werkgevers. Die regel geldt in het algemeen, ook voor de witloof- en champignonsector. De brontekst wijst er wel op dat er een uitzondering bestaat wanneer de tewerkstelling betrekking heeft op de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen, die onder een afzonderlijke subsector vallen.
In de landbouwsector (PC 144) bedraagt het contingent 50 dagen per kalenderjaar. Die grens geldt voor prestaties op de eigen gronden van de werkgever of van de gebruiker.
Met andere woorden: het statuut van gelegenheidswerknemer is niet onbeperkt toepasbaar. Een nauwgezette opvolging van het aantal gepresteerde dagen blijft noodzakelijk, zeker wanneer een werknemer voor meerdere werkgevers werkt of via verschillende tewerkstellingsvormen actief is.
Een bijzondere regeling voor de veeteelt
Voor de sector van de veeteelt bestaat een specifieke regeling. Voor ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit valt onder NACE-code 01.4 of 01.5, mogen handarbeiders enkel als gelegenheidswerknemer worden tewerkgesteld voor maximaal 100 halve dagen per kalenderjaar.
Die bijzondere regeling heeft betrekking op duidelijk omschreven taken: melken, voederen, verzorging van de dieren en het reinigen van de stal. Het gaat dus niet om een contingent in “gewone” werkdagen, maar in halve dagen.
De tekst verduidelijkt ook hoe een halve dag moet worden begrepen. Een halve dag komt overeen met een periode van 4 uur tussen middernacht en de middag, of tussen de middag en middernacht. Als het aantal uren hoger ligt of als de prestatie twee periodes overschrijdt, moeten twee halve dagen worden aangerekend.
Belangrijk is ook dat in deze specifieke regeling één dag gelijkstaat aan twee halve dagen.
Einde van een ongelijkheid voor uitzendkrachten
Dit is een van de belangrijkste punten van het koninklijk besluit van 14 april 2026. Voor deze correctie moesten uitzendkrachten in deze sectoren nog steeds de oude contingenten naleven: 65 dagen in de tuinbouw en 30 dagen in de landbouw. Dat verschil in behandeling werd problematisch geacht.
De nieuwe tekst schrapt die ongelijkheid. Voortaan genieten uitzendkrachten ook van de hogere contingenten die in de betrokken sectoren gelden, namelijk 100 dagen in de tuinbouw en 50 dagen in de landbouw. Die correctie geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024.
Nog een belangrijke aanpassing: de mogelijkheid om met halve dagen te werken in de veeteelt gold vroeger niet voor uitzendkrachten. Ook dat wordt rechtgezet. Ook hier heeft de wijziging uitwerking vanaf 1 januari 2024.
Voor gebruikersbedrijven en uitzendkantoren is deze harmonisering essentieel. Ze maakt de regels duidelijker en vermijdt dat men twee verschillende systemen moet beheren naargelang het gebruikte contracttype 👩🌾👨🌾.
Let op voor de cumulatie van contingenten
De opvolging stopt niet bij het eigen contingent van elke sector. Wanneer prestaties worden geleverd bij werkgevers of gebruikers die zowel onder de tuinbouw (PC 145) als onder de landbouw (PC 144) vallen, geldt een globale grens van 100 dagen per werknemer en per kalenderjaar.
De brontekst verduidelijkt ook dat een cumulatie moet worden opgevolgd wanneer een gelegenheidswerknemer daarnaast ook gelegenheidsarbeid verricht in de horecasector. Ook in dat geval is de totale grens 100 dagen per kalenderjaar.
Dit verdient in de praktijk bijzondere aandacht. Ook wanneer elke activiteit op zich binnen haar eigen regels lijkt te blijven, kan de globale cumulatie toch voor problemen zorgen. Een degelijke administratieve opvolging blijft dus noodzakelijk om een onbedoelde overschrijding te vermijden.
RSZ-bijdragen berekend op een dagforfait
Nog een bijzonderheid van dit stelsel is dat de sociale zekerheidsbijdragen niet worden berekend op basis van het werkelijke loon van de werknemer, maar op basis van een wettelijk vastgelegd dagforfait.
Nieuwe forfaits waren al voorzien in het koninklijk besluit van 17 december 2023. Omdat dat besluit werd vernietigd, moest opnieuw een duidelijke rechtsgrond worden voorzien. Het koninklijk besluit van 14 april 2026 legt daarom nieuwe forfaits vast die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2024.
De brontekst vermeldt de concrete bedragen niet en verwijst naar de RSZ om die te controleren. Uit voorzichtigheid is het dus aangewezen om voor elke concrete berekening de meest actuele officiële bron te raadplegen.
Een nieuwe indexeringsmethode vanaf 1 januari 2026
Het koninklijk besluit van 14 april 2026 beperkt zich niet tot het rechtzetten van de contingenten. Het voert ook vanaf 1 januari 2026 een nieuwe methode in voor de indexering van de forfaitaire dagvergoedingen.
Voortaan worden deze forfaits elk jaar op 1 januari geïndexeerd, volgens de loonontwikkeling in de sector. Daarnaast is ook een aanpassing voorzien bij een absolute verhoging van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI).
Vindt die verhoging plaats in de loop van een kwartaal, dan worden de forfaits aangepast op de eerste dag van het volgende kwartaal. Valt de verhoging samen met het begin van een kwartaal, dan geldt de aanpassing vanaf datzelfde kwartaal.
Voor werkgevers betekent dit dat zij niet alleen aandacht moeten hebben voor de grenzen in dagen of halve dagen, maar ook voor de evolutie van de forfaitaire basis waarop de RSZ-bijdragen worden berekend.
Wat moet u onthouden?
Samengevat brengt het koninklijk besluit van 14 april 2026 opnieuw samenhang in het stelsel van gelegenheidsarbeid in de land- en tuinbouw. Het bevestigt de toepasselijke contingenten, brengt de situatie van uitzendkrachten in lijn met die van andere gelegenheidswerknemers en verduidelijkt de nieuwe regels voor de indexering van de dagforfaits.
Voor ondernemingen in de sector is de uitdaging dubbel: de grenzen van het aantal toegelaten dagen of halve dagen correct naleven én de juiste berekeningsbasis voor de RSZ-bijdragen toepassen. In een technisch regelgevend kader is het verstandig om de concrete impact op uw organisatie tijdig te laten nakijken 📌.
Hebt u vragen over gelegenheidsarbeid in de land- of tuinbouw, over de toepasselijke contingenten of over de RSZ-bijdragen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij bekijken graag samen met u wat dit concreet betekent voor uw situatie.
Bronnen
- Koninklijk besluit van 14 april 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 genomen ter uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, Belgisch Staatsblad, 22.04.2026.
Recente artikelen
Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.
Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?