Verplichte mobiliteitsbudget uitgesteld tot 2027: wat werkgevers moeten weten

9 februari 2026

Het mobiliteitsbudget maakt deel uit van het federale beleid dat inzet op duurzamere mobiliteit. Hoewel oorspronkelijk gepland als verplichte maatregel vanaf 1 januari 2026, wordt de invoering ervan uitgesteld. Aangezien de nodige wetgeving niet tijdig klaar was, is beslist om de verplichting later te laten ingaan. Dit uitstel geeft werkgevers extra voorbereidingstijd, maar doet niets af aan het belang van het mobiliteitsbudget op middellange termijn.

Wat is het mobiliteitsbudget?

Het wettelijk mobiliteitsbudget bestaat sinds 2019 en laat werknemers toe hun bedrijfswagen – of het recht daarop – in te ruilen voor een jaarlijks budget. Dit budget kan worden gebruikt voor duurzamere vervoersoplossingen of gedeeltelijk worden uitbetaald in cash.

Het bedrag van het mobiliteitsbudget stemt overeen met de totale jaarlijkse kost van de bedrijfswagen (Total Cost of Ownership – TCO). In 2026 bedraagt dit minimum 3.233 EUR en maximum 17.244 EUR per jaar.

De drie pijlers van het mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget bestaat uit drie pijlers.

Pijler 1 betreft een milieuvriendelijke bedrijfswagen. Vanaf 1 januari 2026 gaat het uitsluitend om voertuigen zonder CO₂-uitstoot.

Pijler 2 omvat duurzame vervoermiddelen zoals openbaar vervoer, (elektrische) fietsen, deelwagens en bepaalde huisvestingskosten. Deze uitgaven zijn vrijgesteld van RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing.

Pijler 3 is het resterende saldo dat in cash kan worden uitbetaald, onderworpen aan een bijzondere persoonlijke RSZ-bijdrage van 38,07 %.

Hervorming in twee fasen

De federale regering voorziet een hervorming van het mobiliteitsbudget in twee stappen.
In een eerste fase moeten werkgevers het mobiliteitsbudget verplicht aanbieden aan werknemers met recht op een bedrijfswagen.
In een latere fase zou het systeem worden uitgebreid naar alle werknemers.

Verplichting vanaf 1 januari 2027 voor werkgevers met minstens 50 werknemers

De verplichting om het mobiliteitsbudget aan te bieden, geldt vanaf 1 januari 2027 voor werkgevers met minstens 50 werknemers. De werknemer blijft volledig vrij om al dan niet in te stappen in het systeem.

Voorwaarde: 36 maanden bedrijfswagens aanbieden

Werkgevers moeten gedurende minstens 36 maanden één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking hebben gesteld. Deze periode kan voortaan onderbroken worden.

Uitstel mogelijk tot het einde van lopende leasingcontracten

Werkgevers mogen wachten tot het einde van een lopend leasing- of huurcontract voordat de wagen kan worden ingeruild voor een mobiliteitsbudget.

Verplichte keuze voor pijler 1 in bepaalde gevallen

In bepaalde situaties kunnen werkgevers werknemers verplichten te kiezen voor een emissievrije wagen uit pijler 1, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

Extra uitstel voor werkgevers met minder dan 50 werknemers

Werkgevers met gemiddeld minder dan 50 werknemers krijgen een extra jaar en vallen pas onder de verplichting vanaf 1 januari 2028.

Vrijstellingen

De verplichting geldt niet voor:

  • werkgevers met minder dan 15 werknemers;

  • ondernemingen in moeilijkheden;

  • werkgevers betrokken bij collectief ontslag met sluiting.

Wat moet u doen?

De wetgeving is nog niet definitief, maar het is raadzaam om nu al na te denken over een mobiliteitsbudget binnen uw onderneming.

Wilt u begeleiding bij de invoering van het mobiliteitsbudget?
📩 Contacteer ons

  • Ministerraad van 9 januari 2026

  • Diverse gespecialiseerde media

Verplichte mobiliteitsbudget uitgesteld tot 2027: wat werkgevers moeten weten

Recente artikelen

Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.

Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?