Vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026: wat verandert er voor werkgevers?

24 april 2026

Tot en met 31 maart 2026 kon een werknemer, onder bepaalde voorwaarden, kiezen voor vrijwillige overuren of relance-uren. Relance-uren verschilden op meerdere vlakken van de gewone vrijwillige overuren. Zo gaven relance-uren geen recht op overloon, werden ze niet meegerekend voor de interne grens van overuren en gold het principe brutoloon = nettoloon. Vanaf 1 april 2026 wordt een nieuw systeem van vrijwillige overuren ingevoerd. Dit systeem moet zowel het oude systeem van vrijwillige overuren als de relance-uren vervangen. Door het ontbreken van een wettelijk kader rijzen momenteel verschillende praktische vragen. Lees verder en ontdek de antwoorden!

Een overgangsperiode met onzekerheden

Tot en met 31 maart 2026 konden werkgevers gebruikmaken van twee afzonderlijke systemen: de klassieke vrijwillige overuren en de relance-uren. Deze laatste genoten een bijzonder gunstig regime: geen overloon, geen sociale bijdragen en geen bedrijfsvoorheffing, met toepassing van het principe “bruto = netto”.

Sinds 1 april 2026 zijn relance-uren niet langer toegestaan. Aangezien het nieuwe systeem nog niet officieel werd gepubliceerd, blijft voorlopig enkel het klassieke systeem van vrijwillige overuren juridisch van kracht.

Dit systeem laat toe om maximaal 120 vrijwillige overuren per kalenderjaar te presteren. Deze uren geven recht op overloon, zijn onderworpen aan RSZ en bedrijfsvoorheffing en vereisen een voorafgaand schriftelijk akkoord tussen werkgever en werknemer, met een maximale duur van zes maanden.

Kan men de nieuwe regels al toepassen?

Sommige werkgevers overwegen om vooruit te lopen op de nieuwe regelgeving, bijvoorbeeld door nu al overeenkomsten af te sluiten op basis van de toekomstige regels. Deze aanpak houdt echter juridische risico’s in.

Zolang de wetgeving niet officieel is gepubliceerd, steunen dergelijke overeenkomsten op een nog niet bestaand juridisch kader. Hun geldigheid kan dus betwist worden. Hoewel het wetsontwerp voorziet in een retroactieve inwerkingtreding vanaf 1 april 2026, is voorzichtigheid aangewezen.

Een ruimer maar gereguleerd systeem

Het nieuwe systeem zal de bestaande regelingen samenbrengen in één geheel en voorziet in een aanzienlijk hoger jaarlijks plafond van 360 vrijwillige overuren.

In bepaalde sectoren, zoals de horeca (PC 302), kan dit plafond zelfs oplopen tot 450 uur, op voorwaarde dat aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, waaronder het gebruik van een geregistreerd kassasysteem.

Daarnaast zal een deel van deze uren kunnen genieten van een gunstig sociaal en fiscaal regime. Tot 240 uur (of 360 uur in de horeca) kunnen worden gepresteerd zonder overloon en vrij van sociale bijdragen en belastingen. Het principe “bruto = netto” blijft dus bestaan, maar wordt beperkt tot deze grens.

Voor de uren boven deze drempel gelden opnieuw de klassieke regels, inclusief overloon en belasting.

Strengere voorwaarden voor deeltijdse werknemers

De hervorming brengt ook belangrijke wijzigingen met zich mee voor deeltijdse werknemers. In de toekomst zullen zij enkel nog vrijwillige overuren kunnen presteren indien aan verschillende cumulatieve voorwaarden wordt voldaan:

  • zij moeten de grenzen van een voltijdse arbeidsduur overschrijden;
  • zij moeten minstens drie jaar deeltijds tewerkgesteld zijn bij dezelfde werkgever;
  • er moet sprake zijn van een tijdelijke toename van het werk.

Deze strengere voorwaarden zijn bedoeld om het gebruik van vrijwillige overuren bij deeltijdse arbeid beter te reguleren.

Er is echter een overgangsmaatregel voorzien: deeltijdse werknemers die vóór de publicatie van de wet al een overeenkomst hadden afgesloten, blijven onder de oude voorwaarden vallen.

In dat kader kan het voor werkgevers interessant zijn om nog vóór de publicatie van de wet dergelijke overeenkomsten af te sluiten om flexibiliteit te behouden.

Een vraag ?

Wat met bestaande overeenkomsten?

Overeenkomsten die vóór 1 april 2026 werden afgesloten en die na deze datum blijven lopen, blijven geldig. Hun inhoud zal echter automatisch worden aangepast aan de nieuwe regels, met retroactieve werking.

Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om bestaande overeenkomsten in onderling akkoord stop te zetten en nieuwe overeenkomsten af te sluiten die volledig in lijn zijn met het nieuwe systeem. Dit kan voordelig zijn om maximaal gebruik te maken van het verhoogde aantal toegestane uren.

Concrete impact voor ondernemingen

Deze hervorming biedt ondernemingen nieuwe mogelijkheden op het vlak van flexibiliteit, onder meer dankzij het verhoogde aantal toegelaten uren en het behoud van een gunstig regime voor een deel ervan.

Tegelijkertijd vraagt dit om een zorgvuldige aanpak, met aandacht voor:

  • het correct opstellen en beheren van schriftelijke overeenkomsten;
  • het naleven van de strengere voorwaarden voor deeltijdse werknemers;
  • een nauwkeurige opvolging van het aantal gepresteerde uren;
  • het anticiperen op de retroactieve toepassing van de wetgeving.

In een context van onzekerheid is een doordachte en voorzichtige aanpak essentieel.

Conclusie

De hervorming van de vrijwillige overuren vormt een belangrijke evolutie binnen het Belgische arbeidsrecht. Ze biedt kansen voor meer flexibiliteit, maar brengt ook nieuwe verplichtingen en onzekerheden met zich mee zolang de wetgeving nog niet officieel gepubliceerd is.

In afwachting van verdere duidelijkheid is het aangewezen om zorgvuldig te werk te gaan en zich goed te laten begeleiden.

👉 Heeft u vragen of wenst u begeleiding bij de toepassing van deze regels?

Neem gerust contact met ons op.

Bron

  • Wetsontwerp van 10 februari 2026 betreffende wijzigingen inzake vrijwillige overuren en het Sociaal Strafwetboek, Kamer van volksvertegenwoordigers, doc. nr. 56K1333.
Vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026: wat verandert er voor werkgevers?

Recente artikelen

Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.

Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?