CREG-tarief: bedragen voor het tweede kwartaal van 2026
19 maart 2026
Elektrische mobiliteit speelt een steeds belangrijkere rol binnen het mobiliteitsbeleid van ondernemingen. Steeds meer werkgevers stellen elektrische of plug-inhybride bedrijfswagens ter beschikking van hun werknemers. Daardoor wordt ook de terugbetaling van elektriciteit voor het thuis opladen van deze voertuigen een belangrijk aandachtspunt. Om deze terugbetalingen te kaderen, wordt gebruikgemaakt van een referentietarief dat elk kwartaal wordt gepubliceerd: het CREG-tarief. De bedragen die gelden voor het tweede kwartaal van 2026 zijn inmiddels bekendgemaakt. Deze tarieven bepalen het maximale bedrag per kWh dat werkgevers kunnen gebruiken om de elektriciteitskosten van hun werknemers terug te betalen. In dit artikel lichten we de toepasselijke regels toe en bekijken we welke bedragen gelden voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2026.
Terugbetaling van elektriciteit voor bedrijfswagens
Wanneer een werknemer een elektrische of plug-inhybride bedrijfswagen heeft, gebeurt het opladen vaak thuis. De werkgever kan in dat geval beslissen om de elektriciteitskosten van de werknemer terug te betalen.
Fiscaal gezien vormt deze terugbetaling in principe een afzonderlijk voordeel naast het voordeel van alle aard (VAA) voor het privégebruik van de bedrijfswagen. Met andere woorden: de elektriciteitskosten zijn niet automatisch inbegrepen in de forfaitaire berekening van het VAA.
Om te vermijden dat er een bijkomend belastbaar voordeel ontstaat, kan de terugbetaling echter gebaseerd worden op de werkelijke elektriciteitskosten van de werknemer. Wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, aanvaardt de administratie dat er geen bijkomende belasting ontstaat.
Een belangrijke voorwaarde betreft de methode waarmee deze elektriciteitskosten worden berekend.
Gebruik van een vast bedrag per kWh
In de praktijk is het niet altijd eenvoudig om exact te bepalen hoeveel elektriciteit wordt gebruikt voor het opladen van een bedrijfswagen. Om de administratie te vereenvoudigen, heeft de fiscus het gebruik van een vast bedrag per kilowattuur (kWh) aanvaard om deze werkelijke kosten te berekenen.
Dit bedrag mag echter niet onbeperkt worden vastgesteld. Het mag het maximumtarief dat door de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) wordt gepubliceerd niet overschrijden.
Het CREG-tarief vormt dus een referentiebedrag dat bepaalt hoeveel elektriciteit maximaal per kWh kan worden terugbetaald zonder dat er een bijkomend belastbaar voordeel ontstaat.
Een tarief per kwartaal en per Gewest
Het CREG-tarief is niet identiek voor heel België. Het maximale bedrag per kWh wordt namelijk bepaald op basis van het Gewest waar de werknemer woont.
Daarom worden elk kwartaal drie verschillende tarieven gepubliceerd:
-
een tarief voor het Vlaams Gewest
-
een tarief voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
-
een tarief voor het Waals Gewest
Deze bedragen worden vier keer per jaar aangepast om rekening te houden met de evolutie van de elektriciteitsprijzen.
De werkgever moet dus nagaan in welk Gewest de werknemer woont om het juiste tarief toe te passen.
Bedragen voor het tweede kwartaal van 2026
Voor de periode van 1 april 2026 tot en met 30 juni 2026 bedragen de maximale forfaitaire tarieven per kWh (onder voorbehoud):
-
Vlaams Gewest: 31,91 eurocent/kWh
-
Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 35,55 eurocent/kWh
-
Waals Gewest: 36,37 eurocent/kWh
Ter vergelijking: de tarieven voor het eerste kwartaal van 2026 waren:
-
Vlaams Gewest: 31,32 eurocent/kWh
-
Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 34,26 eurocent/kWh
-
Waals Gewest: 35,23 eurocent/kWh
Dit betekent dat de maximale bedragen voor het tweede kwartaal licht zijn gestegen.
Eén uniform tarief toepassen
Voor ondernemingen met werknemers in verschillende Gewesten kan het administratief complex zijn om verschillende tarieven toe te passen.
Daarom bestaat er een vereenvoudigingsmogelijkheid. De werkgever kan ervoor kiezen om geen rekening te houden met het woonadres van de werknemers.
In dat geval moet het laagste regionale tarief van het betrokken kwartaal worden toegepast op alle werknemers.
Voor het tweede kwartaal van 2026 komt dit overeen met het tarief van 31,91 eurocent/kWh (Vlaams Gewest).
Dit systeem moet echter consequent worden toegepast voor alle betrokken werknemers en voor het volledige kalenderjaar.
👉 Hebt u vragen over de terugbetaling van elektriciteitskosten voor bedrijfswagens of over de toepassing van de CREG-tarieven binnen uw onderneming?
Recente artikelen
Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.
Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?