Financiering van het vakantiegeld voor arbeiders
19 oktober 2026
Tijdelijke verhoging van de RSZ bijdragen gepland vanaf 1 oktober 2026
Vanaf het vierde kwartaal van 2026 zouden de sociale kosten voor de tewerkstelling van arbeiders stijgen. Een ontwerp van koninklijk besluit voorziet namelijk in een tijdelijke verhoging van bepaalde bijdragen die het stelsel van de jaarlijkse vakantie voor arbeiders financieren. Het doel is de reserves opnieuw te versterken nadat de gelijkstelling van talrijke dagen tijdelijke werkloosheid tijdens de gezondheids- en energiecrisis zwaar op het stelsel heeft gewogen. Voor werkgevers zou de eerste wijziging al op 1 oktober 2026 ingaan.
De maatregel is echter nog niet definitief. Op 5 oktober 2026 blijft de tekst een ontwerp dat voor advies aan de Raad van State is voorgelegd en nog niet in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd. Ondernemingen doen er dus goed aan de budgettaire impact voor te bereiden en tegelijk de officiële publicatie op te volgen.
Waarom het vakantiegeld van arbeiders anders wordt gefinancierd
Voor een bediende betaalt de werkgever het enkel en dubbel vakantiegeld in principe rechtstreeks. Voor een arbeider werkt het systeem anders: de werkgever betaalt het wettelijke vakantiegeld niet rechtstreeks aan de werknemer, maar draagt via werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid bij aan de collectieve financiering van het stelsel.
Die financiering berust vandaag hoofdzakelijk op een driemaandelijkse werkgeversbijdrage van 5,57 % en een jaarlijkse werkgeversbijdrage van 10,27 %, die doorgaans eind april verschuldigd is. Een vakantiefonds of de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie, de RJV, betaalt het vakantiegeld vervolgens aan de arbeider. In de praktijk wordt die betaling vaak de ‘vakantiecheque’ genoemd.
Het wettelijke vakantiegeld bedraagt in totaal 15,38 % van de werkelijke lonen van het vakantiedienstjaar, verhoogd tot 108 %, eventueel aangevuld met bepaalde fictieve lonen. Op het uitbetaalde vakantiegeld wordt ook een persoonlijke solidariteitsbijdrage van 1 % ingehouden. Ook die inhouding helpt het stelsel te financieren.
Waarom de reserves moeten worden versterkt
Tijdens de coronacrisis en de energiecrisis werden verschillende periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor de jaarlijkse vakantie met arbeidsdagen gelijkgesteld. Daardoor bleven de vakantierechten en het vakantiegeld van de betrokken werknemers behouden. Tegelijk stegen de uitgaven van het stelsel, zonder dat voor al die dagen gelijkwaardige gewone bijdragen werden geïnd.
Volgens de ministerraad hebben die opeenvolgende maatregelen de reserves van het stelsel van de jaarlijkse vakantie voor arbeiders sterk doen dalen. Het ontwerp moet de financiering daarom consolideren en het stelsel beter bestand maken tegen toekomstige schokken. Het wijzigt noch het aantal vakantiedagen, noch de wijze waarop rechten worden opgebouwd; alleen de bijdragen die het stelsel voeden, worden aangepast.
Welke timing geldt voor de werkgeversbijdragen
De driemaandelijkse werkgeversbijdrage voor de jaarlijkse vakantie zou in twee stappen stijgen. De jaarlijkse bijdrage van 10,27 % zou ongewijzigd blijven.
- Tot en met 30 september 2026: driemaandelijkse bijdrage van 5,57 %;
- van 1 oktober tot en met 31 december 2026: driemaandelijkse bijdrage stijgt naar 5,69 %;
- van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2033: driemaandelijkse bijdrage stijgt naar 5,84 %;
- vanaf 1 januari 2034: geplande terugkeer naar 5,57 %.
Concreet zou de eerste verhoging al gelden voor de lonen van het vierde kwartaal van 2026. Vanaf het eerste kwartaal van 2027 zou de bijdrage verder stijgen en tot en met het vierde kwartaal van 2033 van toepassing blijven. Het tijdelijke karakter van de maatregel is dus in de timing van het ontwerp vastgelegd.
Een iets hogere inhouding voor arbeiders
Ook de werknemers zouden bijdragen aan de inspanning. Vanaf het vakantiejaar 2027 zou de solidariteitsbijdrage die op het vakantiegeld wordt ingehouden, stijgen van 1 % naar 1,16 %. Dat percentage zou gelden tot en met het vakantiejaar 2033. Vanaf 1 januari 2034 zou de inhouding opnieuw 1 % bedragen.
Door deze wijziging zou het nettobedrag van het vakantiegeld licht dalen. Het ontwerp verandert echter niets aan het recht op vakantiegeld, de algemene berekeningswijze of het aantal wettelijke vakantiedagen. Alleen het niveau van de inhouding voor de financiering van het stelsel zou tijdelijk worden aangepast.
Wat werkgevers nu al kunnen voorbereiden
Hoewel de maatregel nog moet worden afgerond, hoort hij nu al thuis in de loon- en kasplanning. Werkgevers met arbeiders kunnen onder meer:
- rekening houden met mogelijk hogere werkgeverslasten vanaf het vierde kwartaal van 2026;
- bij hun sociaal secretariaat of payrollpartner nagaan wanneer de nieuwe tarieven worden toegepast;
- de budgetten voor 2027 tot en met 2033 aanpassen aan een driemaandelijkse bijdrage van 5,84 %;
- de HR-teams en werknemers informeren over de aangekondigde wijziging van de solidariteitsbijdrage;
- de publicatie van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad opvolgen voordat de tarieven als definitief worden beschouwd.
Ook de diamantsector verdient bijzondere aandacht. Het bericht van de ministerraad kondigt voor die sector een tijdelijke aanpassing van een specifieke bijdrage aan. De precieze modaliteiten zullen uit de definitieve regelgeving moeten blijken.
Wat u moet onthouden
Het ontwerp voorziet in een tijdelijke verhoging van de driemaandelijkse werkgeversbijdrage voor arbeiders: 5,69 % in het vierde kwartaal van 2026 en 5,84 % van 2027 tot en met 2033. De jaarlijkse bijdrage van 10,27 % zou niet veranderen. Tegelijk zou de solidariteitsbijdrage op het vakantiegeld voor de vakantiejaren 2027 tot en met 2033 stijgen van 1 % naar 1,16 %. Vanaf 2034 zouden de huidige tarieven terugkeren.
Let op: deze wijzigingen zijn op 5 oktober 2026 nog niet in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en zijn dus nog niet definitief. Vraagt u zich af hoe u deze evolutie in uw budget, loonverwerking of interne communicatie verwerkt? Neem contact met ons op. Wij helpen u de impact in kaart te brengen en de volgende deadlines voor te bereiden.
Bronnen
- Ministerraad van 4 september 2026, bericht over de financiering van de jaarlijkse vakantie van handarbeiders.
- Nationale Arbeidsraad, advies nr. 2.494 van 14 juli 2026, ontwerp van koninklijk besluit over de bijdragen voor de jaarlijkse vakantie van arbeiders.
Recente artikelen
Blijf op de hoogte door ons nieuws te volgen.
Wilt u ons nieuws in uw inbox ontvangen?